Sirius Weekly, 1 juni 2012

Posted on 01/06/2012 door

0


Een nieuwe week, een nieuwe weekly met wetenswaardigheden over Formule 1, chocoladen paashazen, Call of duty, slecht spreken over de baas op Facebook en filmpjes op Youtube …

Wist je dat…

Saviez-vous que …

… Zelfs voor de Formule  geldt dat uithouding belangrijker is dan snelheid (tenminste in het merkenrecht).

Formule  bolides zijn razendsnel, dat weten we allemaal.  En dat de organiserende FIA haar zakelijke belangen goed behartigt is al evenmin een goedbewaard geheim.  Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat alle merken verbonden aan de Formule  al lang geleden netjes zijn gedeponeerd en dat de FIA streng toekijkt en snel reageert  als ze inbreuken op haar merkenrecht denkt vast te stellen.

Een recent arrest van het Europees Hof van Justitie toont echter aan dat de strijd voor de bescherming van een merk vaak eerder op uithouding dan op snelheid gewonnen wordt.  FIA is, via haar marketingvennootschap Formula One Licensing BV immers al 7 jaar in een gerechtelijke procedure betrokken met  de vennootschap Global Sports Media Ltd., die het merk “F1 Live” deponeerde in 2004 voor media-activiteiten in print en op internet en voor allerlei spellen en wedstrijden.  Ze zijn onder meer uitgever van een aantal tijdschriften en websites over F1.

Formula One Licensing reageerde zeer snel toen Global Sports Media haar merkbescherming aanvroeg en tekende binnen de 24 uur na publicatie van de aanvraag verzet aan op 2 mei 2005.  Zij is immers houder van zowel de woordmerken Formula 1 en F1 als van het bekende beeldmerk van de F1, hierboven.

Formula One Licensing kreeg in eerste instantie ook gelijk op 17 oktober 2007 en de inschrijving van Global Sports Media werd geweigerd omwille van de eerdere inschrijving van de merken van Formula One Licensing en het verwarringsgevaar tussen beide.

Vanaf daar echter begon een uitputtingsslag.  Global Sports Mediag was immers niet van plan om het daarbij te laten.  Zij menen immers -kort samengevat- dat de term F1 geen merk aanduidt, maar een generieke benaming is geworden voor een sport en dat het “merk” F1 dus niet (meer) beschermd is in die zin dat anderen, zoals Global Sports Media, de naam niet zouden mogen gebruiken om de sport aan te duiden.

Het Europese Gerecht van Eerste Aanleg deed er  opnieuw twee jaar over om te besluiten dat Global Sports Media in haar ogen gelijk had en stond de inschrijving van het merk “F1 Live” toch toe, waarna Formula One Licensing op haar beurt naar het Europees Hof van Justitie trok omdat het Gerecht van Eerste Aanleg een nogal technische juridische fout zou hebben gemaakt.  Concreet: de merken van Formula One Licensing zijn nationale merken (gedeponeerd bij nationale merkbureaus) en de EU mag over de geldigheid of de waarde van die merken geen oordeel uitspreken.  Ze moeten als het waren het bestaan van die merken als een feit vaststellen en er zich naar schikken.  In casu echter had het Gerecht van Eerste Aanleg door te oordelen dat “F1” een generieke naam geworden was en niet meer de bescherming van een merk kon genieten, afbreuk gedaan aan dat beginsel.  Haar beslissing is dus op de verkeerde juridische basis gestoeld en het Europees Hof van Justitie verbak deze week de beslissing.

Het gevolg is dat de zaak nu opnieuw naar het Gerecht van Eerste Aanleg verwezen wordt, waar ongetwijfeld opnieuw een à twee jaar voorbij zullen gaan voor een definitieve uitspraak volgt.

Of hoe ook in de Formula 1 de prijzen dus pas aan de finish uitgereikt worden en snelheid niet altijd allesbepalend is…

… You Tube ne doit pas filtrer le contenu posté par les utilisateurs avant de le mettre en ligne au contraire d’eBay?

Sur internet, les hébergeurs profitent d’un régime de responsabilité plus favorable que les autres en matière de droit d’auteur. Ils bénéficient d’une exemption en vertu de laquelle ils ne sont pas tenus de surveiller ou de filtrer le contenu posté sur leur site par les utilisateurs avant sa mise en ligne. Ils sont toutefois tenus de mettre en œuvre des moyens suffisants pour supprimer tout contenu illicite dès qu’ils ont été informés de son existence.

Ce 29 mai, le Tribunal de Grande Instance de Paris a reconnu que You Tube possédait la qualité d’hébergeur et que la société n’était donc pas tenue de contrôler le contenu des vidéos postées sur son site avant leur publication. Cette décision a en outre estimé, au grand désarroi de TF1 qui avait lancé l’action, que You Tube avait mis en œuvre suffisamment de moyens pour supprimer des programmes tels que « Heroes » ou « Grey’s Anatomy » sur lesquels TF1 détient les droits de diffusion.

La décision du 29 mai du Tribunal de Paris peut être mise en parallèle avec un arrêt rendu par la chambre commerciale de la Cour de Cassation française le 3 mai dernier. Christian Dior Couture avait introduit une plainte contre eBay, après avoir constaté que des produits contrefaits se trouvaient sur le célèbre site d’enchères.

Au contraire de You Tube, la Cour a souligné le rôle actif joué par eBay en tant que plateforme de vente, rôle « de nature à lui conférer la connaissance ou le contrôle des données relatives aux offres » présentes sur son site.

En bref, pour déterminer si eBay devait être considérée comme hébergeur (et savoir si l’obligation de contrôle préalable du contenu du site pèse sur elle), les critères suivants sont entrés en ligne de compte:
–    conseils et informations proposés aux vendeurs pour optimiser leur vente ;
–    des messages spontanés adressés aux acheteurs pour les inciter à acquérir des objets ;
–    présenter d’autres offres correspondant à des produits similaires en cas d’enchère perdue.

C’est également sur base de ce type de critères que le Tribunal de Grande Instance s’est basé pour qualifier You Tube d’hébergeur

… de paashaas nu definitief niemands (merkenrechtelijke) eigendom is?

In één van onze eerste berichten op onze blog brachten we jullie al op de hoogte van de beslissing van het Europees Gerecht dat de vorm van een chocolade haas met een rood lint om de hals, of een chocolade belletje met een rood lint eromheen, met goudkleurige versiering, niet als gemeenschapsmerk gedeponeerd kan worden.

De bekende chocoladefabrikant  Lindt & Sprüngli AG legde zich niet bij neer bij deze beslissing en stelde beroep in bij het Europees Hof van Justitie. Aangezien zowel in eerste aanleg voor het BHIM (EU merkenbureau) als in beroep voor het Europees Gerecht de zaak reeds ten gronde werd beoordeeld, kon het Hof van Justitie enkel optreden als cassatierechter d.w.z. zij kan enkel oordelen over procedurefouten en onjuiste rechtsopvattingen, niet over de grond van de zaak. Weinig verrassend, bevestigde het Hof bevestigde in zijn arrest van 24 mei 2012 de beslissing van het Europees Gerecht.

De vorm van chocolade hazen en andere figuren zoals rendieren of Sinterklaas zijn en blijven dus vrij voor iedereen.

… de bedenkers van de wereldbekende Shoot ‘Em Up game “Call of Duty” 1 miljard USD eis(t)en aan auteursrechten?

Jason West en Vincent Zampella, ontwikkelaars van de immens populaire first-person en third-person shooter gamereeks “Call of Duty” hadden in 2010 na hun ontslag samen met andere ex-werknemers een claim ingediend tegen hun voormalige werkgever Activision, een Amerikaanse bedrijf dat computergames ontwikkelt en uitgeeft, voor het niet-betalen van 1 miljard USD aan contractuele royalties voor hun auteursrechten op de door hen ontwikkelde games. Activision spande op haar beurt een rechtszaak aan tegen hun concurrent Electronic Arts, de nieuwe werkgever van West en Zampella, die ze ervan beschuldigde haar topontwikkelaars onrechtmatig te hebben afgeworven.

Nadat Activision en Electronic Arts hun geschil reeds hadden bijgelegd en een minnelijke schikking hadden gesloten, blijkt nu dat West en Zampella en Activision gisteren hetzelfde hebben gedaan. De langverwachte rechtszaak tegen Activision zou normaal gezien vandaag van start gaan, maar werd dus op de valreep stopgezet door het sluiten van een minnelijke schikking. Hoeveel geld West en Zampella gekregen hebben van Activision werd niet vrijgegeven, zeker is alleszins dat de “Call of Duty” reeks hen geen windeieren heeft gelegd.

Overigens raden wij games- en softwareontwikkelaars aan wanneer zij in dienstverband software of games ontwikkelen voor een bedrijf telkens uitdrukkelijk en duidelijk in de arbeidscontracten op te laten nemen dat de auteursrechten op de door hun ontwikkelde software en games aan hen toebehoren. Het bedrijf zal dan een licentie worden toegekend om die software en games uit te geven en te verkopen en betaalt hiervoor in ruil contractueel vastgelegde royalty’s aan de games- en softwareontwikkelaars.

… een werknemer wel degelijk ontslagen kunnen worden voor kritiek op collega’s, cliënten en/of diezelfde werkgever op Facebook?

Recentelijk oordeelde een Nederlandse rechter dat netwerksites zoals facebook maar in beperkte mate een privékarakter hebben; wordt een werknemer aldus ontslagen wegens het uiten op facebook van grove en verregaande beledigingen tegenover collega’s, cliënten en/of de werkgever, dan kan hij zijn ontslag niet aanvechten door  zich te beroepen op zijn recht op privacy.

Het is overduidelijk dat de sociale media ondertussen hun weg naar de werkvloer hebben gevonden. Zowel binnenlandse als buitenlandse pers rapporteert al gedurende enige tijd over relevante conflicten in de professionele sfeer waarin steeds opnieuw een hoofdrol is weggelegd voor sociale media. Denken we maar aan de zogenaamde Virgin Atlantic zaak van eind 2008 waarbij verschillende personeelsleden van diezelfde Britse luchtvaartmaatschappij werden ontslagen na op facebook passagiers te hebben beledigd. Ook in België zijn er een aantal interessante rechtzaken geweest over werknemers die om dringende redenen werden ontslagen na het plaatsen van zware beledigingen aan het adres van hun werkgever en/of collega’s

Laten we kort even terugkoppelen; partijen zullen pas in het ultieme geval overgaan tot het ontslag om dringende redenen wanneer de ene partij aan de andere partij feiten verwijt die van dien aard zijn dat iedere verdere professionele samenwerking onmiddellijk en definitief onmogelijk wordt. De vraag rijst hoe dit principe uit het arbeidsrecht te rijmen valt met enerzijds het recht op vrije meningsuiting en anderzijds het recht op privacy in het geval kritiek wordt geuit en gepost op sociale netwerksites.
Wat het recht op vrije meningsuiting betreft, aanvaarden arbeidsgerechten doorgaans het spuien van ongebreidelde kritiek en het uiten van verregaande en grove beledigingen tegenover de werkgever en collega’s als een valabele dringende reden. Partijen zijn elkaar ook tijdens de uitvoering van de overeenkomst eerbied en achting verschuldigd; een schending van het recht op vrije meningsuiting kan dan ook  niet worden weerhouden indien uit de objectieve feitelijke gegevens blijkt dat door de geleverde kritiek een vertrouwensband absoluut onmogelijk is geworden. Kanttekening is wel dat  de werkgever wordt geacht toch een zekere mate van kritiek te moeten kunnen tolereren.

Bovendien wordt in deze ook de rol van het recht op privacy steeds minder doorslaggevend. Reeds op 17 november 2011 velde de Arbeidsrechtbank te Leuven een hieromtrent een belangrijk vonnis; In deze zaak draaide het om een werknemer die kort na het bekendmaken van de halfjaarlijkse resultaten op het publiek gedeelte van zijn Facebook-pagina een aantal negatieve commentaren plaatste. De werkgever vond dergelijke uitlatingen op facebook onaanvaardbaar en ontsloeg de werknemer om dringende redenen. De werknemer vocht echter zijn ontslag  aan door zich op zijn recht van privacy te beroepen; hij meende dat de werkgever een controle had uitgevoerd op zijn internetgebruik zonder daartoe zijn toestemming te hebben verkregen. Hij beweerde bovendien dat zijn Facebook-pagina enkel voor “vrienden van vrienden” toegankelijk was en niet voor iedereen, zodat zijn recht op bescherming van het privéleven werd geschonden. De Arbeidsrechtbank oordelde echter  dat het recht op privacy niet werd geschonden aangezien er zelfs geen zogenaamnde “vriendenlink” nodig was om op het Facebook-prikbord van de werknemer te komen. Het  prikbord was met andere woorden  gewoon toegankelijk voor alle gebruikers. De Arbeidsrechtbank merkte bovendien op dat het systeem “vrienden van vrienden” volkomen inefficiënt en oncontroleerbaar is waardoor er geen sprake kan zijn van bescherming van de privacy. Het ontslag om dringende redenen werd dan ook aanvaard. Bovendien blijkt dat nu ook in Nederland deze visie door de rechtspraak wordt toegepast.

De werknemers die menen om het even welke commentaar te kunnen uiten en posten op hun facebook-account zijn bij deze dan ook gewaarschuwd.