Sirius Weekly van 13 april 2012

Posted on 13/04/2012 door

0


Chers lecteurs,

Beste lezers,

Het is alweer vrijdag en dus trakteren wij je graag op enkele opmerkelijke nieuwtjes uit de juridische wereld, die voer voor conversatie kunnen zijn bij je etentje met familie of vrienden dit weekend.

Cette semaine, nous avons recolté pour vous des nouvelles dans les domaines des médias sociaux, et droit des marques,  du droit de la compétition dans les nouvelles technologies, du droit d’auteur sur des logiciels et  de la fraude fiscale avec des microchips.

Wist je bijvoorbeeld dat…

Saviez-vous que…

Facebook en Twitter soms krachtiger zijn dan een rechtbank?
Dat consumenten dankzij sociale media mondiger geworden zijn en veel meer impact hebben op bedrijven dan voorheen wisten we al.

Maar nu blijkt dat het virale aspect van negatieve publiciteit op Twitter en Facebook zelfs een sterker middel geworden is dan het voeren van een rechtzaak om je gelijk te halen.  Onderstaand verhaal bereikte ons vanuit Canada…

Lassonde is een Canadese frisdrankproducent die een in Canada erg bekende frisdrank verkoopt onder de naam “Oasis”.  Mevrouw Deborah Kudzman verkoopt in Canada echter ook al een hele tijd, als kleine zelfstandige, zelfgemaakte zeep onder de naam “Olivia’s Oasis”.  Olivia is de naam van haar dochtertje en aangezien er olijfolie in haar zeepjes zit was de keuze snel gemaakt. Daaraan voegde ze Oasis toe om het gevoel van een weldadige oase in de badkamer op te roepen.

Lassonde is –zoals elke vooruitziende ondernemer- houder van de merkenrechten op o.a. de naam “Oasis” en enkele afgeleiden.  Lassonde oordeelde blijkbaar zeven jaar geleden al (!) dat “Olivia’s Oasis” een inbreuk vormde op haar merkenrechten en dat er een ernstig gevaar op verwarring bestond of kon bestaan bij de consument over de herkomst van “Olivia’s Oasis” zeep.  Lassonde trok naar de rechtbank met de eis aan Mevrouw Kudzman een verbod op te leggen om de naam “Olivia’s Oasis” nog langer te gebruiken.

Mevrouw Kudzman moest een zeven jaar lange en peperdure rechtzaak uitvechten om uiteindelijk haar gelijk te halen: de rechter oordeelde dat er redelijkerwijze geen verwarring kon bestaan tussen beide merken en dat de bescherming die Lassonde geniet voor frisdranken en afgeleiden zich niet uitstrekt tot zeep en schoonheidsproducten.  Om haar gelijk te halen had mevrouw Kudzman wel ruim 100.000 Canadese dollar (76.000 euro) uitgegeven aan haar verdediging.  Gelukkig oordeelde de rechter dat Lassonde die kosten moest vergoeden en kende hij haar daarbovenop nog een schadevergoeding van 25.000 Canadese dollar (19.000 euro) toe.

Lassonde was echter niet van plan om die kosten te dragen en ging in beroep tegen de beslissing.  Het oordeel van de eerste rechter dat er geen merkinbreuk was, betwistte Lassonde niet meer, maar het eiste wel dat de veroordeling om de kosten te dragen werd hervormd .  Lassonde vond immers dat –ook al kreeg het uiteindelijk ongelijk- het wel degelijk terecht en met een redelijke kans op slagen de procedure begon en dat het dus geen fout begin (de redenering zou er omgezet naar Belgisch recht wellicht op neerkomen dat er geen sprake was van procesrechtmisbruik of tergend en roekeloos geding).  Lassonde kreeg uiteindelijk net voor Pasen gelijk van het Hof van beroep in Montreal en bereikte zo eigenlijk alsnog wat het altijd gehoopt had: aangezien mevrouw Kudzman onmogelijk alle kosten zelf kon dragen, zou haar zaakje ongetwijfeld failliet gaan en zou “Olivia’s Oasis” toch nog van de markt verdwijnen…

Maar voor één keer botste de (financiële) slagkracht van de multinational op de vereende krachten van de consument.  Zodra het nieuws over het vonnis bekend raakte brak immers een lawine aan protesten uit op Facebook en Twitter, vooral nadat een populaire tv-presentator aan 100.000 volgelingen twitterde dat hij nooit nog Oasis zou drinken.  De storm aan protesten zwol zo erg aan dat Lassonde tijdens het Paasweekend overhaast besliste om het arrest gewoon niet uit te voeren en om de uitspraak van de eerste rechter alsnog te respecteren en mevrouw Kudzman haar 125.000 dollar uit te betalen en haar ongestoord verder haar zeep te laten verkopen.

Mevrouw Kudzman was vanzelfsprekend blij verrast.  “Ik had nooit gedacht dat het virale aspect van consumentenprotest op internet zo’n gevolgen kon hebben”, zei ze in een interview.  “Ik vecht hier al zeven jaar tegen en dankzij Twitter en Facebook is mijn probleem op 48 uur opgelost…

Een interessante case voor bedrijven die de kracht van sociale media (nog) niet begrepen hebben én voor advocaten, die de openheid en flexibiliteit moeten hebben om samen met hun cliënt te kijken waar de oplossing voor een conflict best gezocht wordt -in de rechtbank of daarbuiten- en die rekening moeten houden met de commerciële gevolgen en potentiële imagoschade van hun cliënt bij onoverwogen acties tegen concurrenten of consumenten.

Voor Belgische merkenhouders voegen we er toch nog graag even aan toe dat de kosten van gerechtelijke procedures in de VS of Canada absoluut niet te vergelijken zijn met de kosten voor gelijkaardige procedures in België en dat een gelijkaardig geschil in België wellicht tien of vijftien keer minder had gekost.

We kunnen bovendien niet vaak genoeg herhalen hoe belangrijk een goede bescherming van uw merken kan zijn voor een onderneming.  Een minimale investering vandaag, kan u zo later het honderdvoud aan problemen besparen.

…Vous payez peut-être vos e-books plus chers suite à une entente illicite entre Apple et plusieurs éditeurs ?

Le département de la Justice américaine vient de déposer plainte contre Apple et cinq éditeurs majeurs (Hachette, HarperCollins, MacMillan, Penguin et Simon & Schuster) pour entente illicite.

Il semblerait que les patrons des compagnies aient régulièrement organisé des entrevues au sein de restaurants chics de Manhattan et se soient échangés des e-mails dont certains n’ont pas été supprimés immédiatement et sont donc venus gonfler les éléments à charge.

Ils sont accusés d’avoir conspiré pour faire « monter, fixer et stabiliser le prix de vente des livres électroniques, éteindre la concurrence des prix parmi les vendeurs de livres électroniques, et limiter la compétition entre les éditeurs inculpés par l’adoption collective et l’adhésion à des méthodes identiques de vente d’e-books. »

Amazon, grand leader sur le marché des e-books aurait dès lors été forcé d’augmenter ses prix et d’abandonner le maximum attractif de 9,99 $ pour ses nouveautés.
Selon le procureur général Eric Holder, “As a result of this alleged conspiracy, we believe that consumers paid millions of dollars more for some of the most popular titles”.

C’est Apple lui-même qui a imaginé un système d’agence, que tous ses complices ont imposé par la suite à leurs vendeurs. Au lieu que le prix soit fixé par le vendeur (tel Amazon), le prix devait à l’avenir être fixé par l’éditeur (tel Hachette). Le vendeur ne prenait alors qu’une commission (pour Apple, 30%). Grâce à ce système, Apple pouvait être certain que l’augmentation des prix de ses e-books serait suivie par ses concurrents.

Face aux poursuites, trois éditeurs (Hachette, HarperCollins et Simon & Schuster) ont déjà rendu les armes et ont décidé d’indemniser les consommateurs lésés. Les autres se préparent à la bataille juridique qui les attend.

Selon certains experts, Apple a toutes les chances de s’en tirer. Une des raisons les plus marquantes est qu’aucun représentant d’Apple n’était présent aux différentes réunions organisées par les éditeurs dans plusieurs restaurants chics.

Pour ces derniers, par ailleurs, l’affaire n’est pas encore dans le sac non plus. En effet, ils pourraient invoquer le fait qu’ils ne se sont pas mis d’accord sur une entente illégale de prix mais ont simplement décidé d’opter pour le système d’agence d’Apple au lieu du système de vente d’Amazon.

En outre, soulignons qu’Amazon conserve invariablement sa position de leader du marché (de loin) et n’a donc pas vraiment été inquiété par les manœuvres d’Apple et des éditeurs. Donner trop de contrôle sur le marché à Amazon pourrait également s’avérer dangereux.

… Dat het stelen van broncode blijkbaar niet strafbaar is in de V.S.?

Sergey Aleynikov, een voormalige computerprogrammeur van de grootbank Goldman Sachs, werd vorig jaar veroordeeld tot 8 jaar cel wegens het stelen van bedrijfsgeheimen en bedrijfsspionage. Hij had namelijk de broncode van Goldman Sachs’ ‘highspeed’ geautomatiseerde trading-activiteiten gedownload en daarna geüpload op een overzeese server voordat hij de bank verliet.

Tegen die veroordeling ging hij met succes in beroep. De rechter  in beroep heeft inderdaad onlangs geoordeeld dat het meenemen van de broncode geen misdrijf is dat onder de Amerikaanse wet tegen het stelen van bedrijfsgeheimen valt aangezien softwarecode niet kan beschouwd worden als een materieel goed waarvan het strafbaar is om te stelen.

De rechtbank weigerde een brede interpretatie te geven aan de wettekst, die nochtans duidelijk niet aangepast was aan de hedendaagse digitale omgeving en kwam tot de conclusie dat de broncode niet beschermd is door de wet die het stelen van bedrijfsgeheimen verbiedt.Een toch wel opmerkelijke beslissing die een slag in het gezicht betekent van bedrijven die veel geld en energie steken in het ontwikkelen van knowhow en innovatie.

Een en ander betekent  nog niet dat de broncode in kwestie ook zomaar gebruikt of gekopieerd zal kunnen worden.  Ze kan dan misschien niet als een bedrijfsgeheim beschouwd worden, maar ze is wellicht wel beschermd door intellectuele eigendomsrechten zoals auteursrecht, softwarebescherming en in de USA mogelijks ook patenten.

Wij betwijfelen overigens dat een dergelijke beslissing navolging zou krijgen in België of Europa, waar de broncode van een computerprogramma zonder enige twijfel goed beschermd is door de Softwarewet en de Auteurwet en onder bepaalde omstandigheden o.i. evenzeer een bedrijfsgeheim zou kunnen uitmaken.

Meer informatie leest u hier en hier.

… Dat btw carrousels met microchips ook banken de kop kan kosten?

In Nederland is al een hele tijd een zaak hangende met betrekking tot een omvangrijke btw-carrousel.  Niets nieuws hoor ik u denken, Btw fraude is immers net zo oud als het stelsel van de btw zelf. Inderdaad, niets nieuws, ware het niet dat in dit geval de fraudeurs enerzijds duidelijk ook de 21ste eeuw zijn binnengetreden én dat ze anderzijds in hun ondergang ook hun huisbankier meesleuren.

 

Zoals zo vaak werd de carrousel  opgezet via een handeltje in goederen met een grote waarde, maar met een klein volume.  In dit geval kozen de oplichters voor computerchips.

Een btw-carrousel bestaat erin dat frauduleuze leveranciers de btw op goederen niet afdragen aan de staat, zoals het hoort. Zij genereren in korte tijd hoge omzetten met de verkoop van waardevolle goederen en ontvangen zo op korte tijd grote bedragen aan btw-ontvangsten. Deze gelden worden niet aan de fiscus betaald, maar weggesluisd. De kopers van de goederen hebben natuurlijk recht op aftrek en van de btw aan hun kant en krijgen de btw terug van de belastingdienst. De fiscus betaalt dus btw die nooit is ontvangen en dat aan klanten die mee in het complot zitten. Op die manier wordt de staat ‘bestolen’.  Soms is er zelfs helemaal geen sprake van daadwerkelijke leveringen. De bedrijven leveren op papier in feite gewoon aan zichzelf, al dan niet via een wirwar van vennootschappen.

Via een bank in Curaçao werden op deze manier grote sommen geld verscheept die afkomstig waren uit een btw-carrousel.  De bankier was wel degelijk op de hoogte, maar maakte zich niet zelf schuldig aan de fraude.  Hij zorgde er wel voor dat de fraudeurs hun verdiensten ongemerkt konden wegsluizen. Getipt door Britse autoriteiten begon de Nederlandse fiscus enkele jaren geleden een onderzoek naar de bankier. Die woonde of verbleef weliswaar niet  meer in Nederland, maar gebruikte zijn oude bedrijf in Berg en Dal voor transacties en administratie. De klanten logden in op een webserver in Parijs.

Alle transacties vertoonden volgens het openbaar ministerie hetzelfde patroon. Er vlogen soms op dezelfde dag grote bedragen in en uit, vaak naar dezelfde e-bankrekening. De betalingsvolumes zaten in de orde van grootte van honderden miljoenen Britse ponden.

Uit afgeluisterde telefoongesprekken bleek dat medewerkers van de bank bewust klanten uit de telecomsector aantrokken. Dat gebeurde ook in Nederland. Klanten kregen geen pasje, maar gewoon een toegangscode die niet gewijzigd kon worden.

Volgens Justitie in Nederland opereerde de bank uit Curaçao echter niet vanuit Curaçao maar feitelijk vanuit Nederland. “De verdachten hebben de bedrijfsstructuur zodanig willen inrichten dat toezicht op haar activiteiten werd vermeden. Door zonder vergunning in Nederland te bankieren, heeft de betreffende bank zich aan Nederlands toezicht onttrokken en zich buiten de wet geplaatst.”

Er loopt nog een strafrechtelijk financieel onderzoek om de criminele winsten terug te vorderen. De voorlopige berekening voor de bank komt uit op een bedrag van ruim 100 miljoen dollar.

Helaas is het oprollen van dergelijk netwerk niet het einde van btw-carrousels, zeker met de toepassing van e-banking, servers en bankrekeningen in offshore gebieden etc. zal het voor de Europese belastingdiensten steeds moelijker zijn om dergelijke gevallen van fraude op het spoor te komen.