Sirius Weekly, 23 maart 2012

Posted on 23/03/2012 door

0


Het is alweer vrijdag en ondanks de drukke voorbereidingen hier voor onze deelname en onze presentatie op E-shop Expo volgende woensdag en donderdag 28 en 29 maart  en ons ‘Sirius Friday‘ in house seminarie met juridische tips voor reclamebureau’s volgende vrijdag 30 maart, hebben we toch tijd gevonden om enkele van de meest opvallende juridische nieuwtjes in IT, internet, kansspelen en mediarecht  van de afgelopen week kort voor jullie te bundelen.

Veel plezier bij het lezen en weet wie weet zien we u wel volgende week op onze stand in Tour & Taxis of bij ons in Zaventem voor ons seminarie, waarvoor nog een vijftal stoeltjes beschikbaar zijn.  Inschrijven kan hier.

Wist u dat…

… ook rechters blijkbaar als getuigen gehoord kunnen waren in een zaak waarin ze zélf gevonnist hebben?

Een rechter spreekt recht op basis van de argumenten van de partijen, van de voorgelegde bewijsstukken en eventueel –en eerder uitzonderlijk- van de getuigenverhoren die hij zelf heeft bevolen.  Dat is de normale gang van zaken in onze rechtszalen.  Een Nederlands verhaal toont ons echter hoe een en ander op zijn kop gedraaid kan worden en hoe de rechter plots getuige kan worden in zijn eigen zaak…

Wie weleens de artikels op onze blogpagina leest, herinnert zich misschien nog de RealPlayer zaak.  Een rechtbank in Den Haag oordeelde op 2 november van vorig jaar dat het plaatsen van een embedded link naar auteursrechtelijk beschermde content niet noodzakelijk een inbreuk uitmaakt op het auteursrecht.  Het auteursrecht zegt dat een beschermd werk niet “publiek mag meegedeeld worden” en niet mag “gereproduceerd” worden zonder voorafgaande toestemming van de auteur of rechthebbende.  Wie enkel een link, zelfs een embedded of framed link, plaatst naar beschermde inhoud die op een andere website beschikbaar is en op een andere server gehost wordt, maakt noch een mededeling aan het publiek, noch een reproductie van het beschermde werk.

In het concrete geval van de RealPlayer zaak had Real Networks, de rechtenhouder op de RealPlayer software vastgesteld dat een namaak versie ervan op het internet beschikbaar was onder de naam Real Alternative en dat de website van de heer Edskes surfers doorverwees naar websites waarop dit gratis “alternatief” beschikbaar werd gesteld voor download.  De rechter oordeelde enerzijds dat er geen bewijs was dat Edskes achter de websites met de alternatieve versie zat en anderzijds dat het loutere feit dat Edskes doorverwees naar deze websites met illegale inhoud geen inbreuk vormt op het auteursrecht.  Het volledige verhaal leest u in een van onze vroegere blogartikels.

Real Networks kon blijkbaar geen vrede nemen met de uitspraak van de eerste rechter en ging in beroep en het is die beroepsprocedure die nu heel vreemde wendingen begint te nemen.  Real Networks heeft immers de eerste rechter opgeroepen als getuige (!) voor het hof van beroep om te komen vertellen wat ze precies te zien kreeg toen haar tijdens de pleidooien een laptop getoond werd met daarop volgens de ene versie een filmpje gemaakt door Edskes om aan de rechter te bewijzen hoe makkelijk het was om via allerlei bronnen op het internet (en dus niet alleen via de website van Edskes) de Real Alternative software te vinden en volgens Real Networks gewoon een live surfsessie op internet om hetzelfde te bewijzen.

Edskes zelf zegt dat hij had tijdens de zitting graag live op internet had getoond hoe makkelijk een en ander was, maar dat de rechtszaal niet was uitgerust met wifi en had geen 3G ontvangst en dus een vooraf opgenomen filmpje werd getoond.  Wat het belang voor Real Networks is om voor te houden dat het niet om een filmpje ging is ons niet geheel duidelijk, te meer daar Real Networks blijkbaar met man en macht probeert te verhinderen dat het filmpje ook effectief opnieuw getoond wordt aan de rechter die het getuigenverhoor afneemt.  We hebben overigens zelf in het verleden in auterusrechtelijke zaken weleens meegemaakt dat muziek afgespeeld wordt of beelden getoond worden tijdens de zitting, maar in dat geval moeten die bestanden of beelden vanzelfsprekend voorafgaand uitgewisseld zijn onder de raadslieden, zodat zij voorafgaand aan de pleidooien over de inhoud standpunt kunnen innemen.  En wie live op internet wil doen vaststellen dat een link naar een bestaande website bestaat laat dat ofwel doen middels een gerechtsdeurwaarder of vraagt de aanstelling van een deskundige door de rechtbank, die daarna een verslag neerlegt van zijn vaststellingen.

Wij kijken dan ook met enige verbazing naar dit Nederlandse verhaal, dat ons inziens in België ondenkbaar zou zijn.  Het oordeel van de rechter in eerste aanleg is immers soeverein, onpartijdig en gebaseerd op de hem voorgelegde elementen en de rechter vervolgens als getuige oproepen voor een zaak waarover hij zelf geoordeeld heeft, doet onbetwistbaar afbreuk aan het beeld van de onpartijdigheid en soevereine interpretatie die de basis is van het gezag van de rechtbank.

Het hoeft overigens niet echt te verbazen dat de rechter moeilijk kon bevestigen of wat ze nu gezien had al dan niet live was.  De rechter is immers ook geen technicus.  En zo blijft de discussie lopen en blijven de kosten die de heer Edskes moet maken om zich te kunnen verdedigen tegen het veel kapitaalkrachtigere Real Networks alsmaar hoger oplopen.  De man heeft tot op heden volgens een artikel op Webwereld.nl ruim 78.000 euro moeten spenderen aan zijn eigen verweer en de rekening blijft oplopen…

 

… vous encourrez peu de risques pénaux en calomniant ou diffamant sur le net?

Selon deux arrêts de la Cour de Cassation du 6 mars dernier, l’expression d’opinions punissables sur des sites internet ou des blogs ne peut être poursuivie et punie que par la Cour d’Assises.

Depuis 1831, la liberté de la presse, et donc l’interdiction de la censure, est prévue dans l’article 25 de la Constitution. Pour garantir cette liberté, la Constitution prévoit également la compétence exclusive de la Cour d’Assises en matière de délits de presse. La question-clé est donc de déterminer si les médias du net, comme les blogs et les sites d’information, sont également inclus dans la définition de « presse ».

La réponse de la Cour de Cassation est limpide : toutes les opinions offensantes, les calomnies ou diffamations publiées sur le net (y compris les sites de journalistes privés, les messages de blogs, les avis de personnes privées, les commentaires ou articles divers, etc.) doivent être considérées comme des « délits de presse » et ne peuvent être poursuivies que par la Cour d’Assises.

Le Professeur Dirk Voorhoof souligne que, dans la pratique, cela signifie une impunité pour les auteurs du délit. On ne démarre en effet pas une procédure devant la Cour d’Assises pour calomnie et diffamation.

La seule voie qui reste disponible pour obtenir réparation de son préjudice est donc une demande d’indemnisation devant le tribunal civil sur base de l’article 1382 du Code civil (article général sur la responsabilité extracontractuelle) et éventuellement une procédure en référé si l’on craint un préjudice sérieux et difficilement réparable à défaut de mesures urgentes.

Tout ce qui précède ne s’applique toutefois pas aux délits de presse inspirés par le racisme ou la xénophobie (par exemple, discrimination sur base de la race, de l’origine, de la couleur de peau ou de la nationalité), qui bénéficient d’un traitement différent en vertu de la constitution et peuvent être poursuivis devant le tribunal correctionnel. Aucune impunité ne sera donc liée à ce type de délits qui seront effectivement poursuivis pénalement.

On peut s’étonner d’une telle différence de traitement avec les autres délits de presse, et notamment avec l’expression d’opinions qui incitent à la haine ou la discrimination sur base de la religion ou de l’orientation sexuelle, délits qui sont exclusivement soumis à la compétence de la Cour d’Assises. C’est d’autant plus interpelant que la Cour Européenne des Droits de l’Homme a clairement jugé dans un arrêt du 9 février 2012 que : « discrimination based on sexual orientation is as serious as discrimination based on “race, origin or colour” or sex ».

Ce n’est pas le fait que certains délits soient réservés à la Cour d’Assises et bénéficient donc d’une certaine impunité qui est contestable (car, selon la Cour Européenne, la poursuite pénale de délits de presse doit être réservée aux cas exceptionnels de manière à préserver la liberté de presse). Ce qui est discutable, c’est le fait que tous les délits de presse ne soient pas mis sur un pied d’égalité. Pourquoi les discriminations exprimées envers les personnes de race différente seraient-elles plus facilement punissables que les discriminations exprimées envers les homosexuels ?

 

… je voor rechtzaken tegen Google voor privacyschendingen op Street View naar de VS moet?

Bij de lancering van Google Street View bleek al snel dat Google over heel de wereld geconfronteerd zou worden met foto’s genomen van mensen of gebouwen op ‘ongelukkige’ momenten. Verschillende rechtszaken werden al aangespannen tegen Google wegens het verspreiden via Google Street View van foto’s van personen of gebouwen die een inbreuk zouden vormen op de privacywetgeving of het auteursrecht  .

Onlangs kwam een Fransman afkomstig uit een klein gehucht uit het westen van Frankrijk in het wereldnieuws toen Google voor de rechtbank dagvaardde voor inbreuken op zijn privacy en zijn portretrecht. Google Street View had namelijk een foto gepakt van de man terwijl hij aan het plassen was in zijn tuin. Die foto verspreidde zich snel onder de bewoners van zijn dorp waar hij het mikpunt van spot werd.

De Franse rechter heeft evenwel beslist dat de Fransman het Amerikaanse moederbedrijf Google Inc. had moeten dagvaarden in plaats van Google France, nu het moederbedrijf verantwoordelijk was voor het online plaatsen van de foto. De Fransman moet de gerechtskosten alsook een schadevergoeding van 1.200 EUR betalen aan Google France.

Een pijnlijke nederlaag voor de Fransman die al heeft laten weten geen verdere stappen tegen Google Inc. te nemen nu die laatste de foto offline heeft gehaald. We moeten echter wel vaststellen dat de foto in kwestie volop verspreid werd via het internet ten gevolge van de media-aandacht die deze zaak kreeg. Dubbele pech dus.

 

… je maar beter oplet waar je parkeert met je bedrijfsvoertuig vooraleer een boete te krijgen voor verboden reclame…

Nederland blijft een dankbare bron van leuke weetjes voor het Sirius Legal team dankzij de zeer vlotte online beschikbaarheid van vonnissen en arresten onmiddellijk na de uitspraak (iets waarvan we in België spijtig genoeg alleen maar kunnen dromen) en dankzij de vele websites die deze stortvloed aan vonnissen ordenen en overzichtelijk beschikbaar maken.

Een zoveelste vonnis dat ons een glimlach kon ontlokken en dat met de aankomende Vlaamse wielerklassiekers in het achterhoofd ook bij ons zijn relevantie heeft, leest u hier.

Het politiereglement van de gemeente Elburg in Nederland verbiedt “het parkeren van een voertuig langs de openbare weg met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken”.  Wie op 1 april naar de Ronde kijkt, zal ongetwijfeld opmerken dat dit soort sluikreclame of –in sportkringen tegenwoordig ambush marketing- ook bij ons wijdverbreid is.

Een handelaar uit de gemeente in kwestie werd tot twee keer toe geverbaliseerd omdat zijn fiets met daarop duidelijke reclame voor zijn zaak geparkeerd stond langs een rotonde in het dorp.  Volgens de gemeente werd de fiets daar geplaatst “op zodanige wijze dat de daarop aanwezige reclametekst duidelijk zichtbaar was voor passerend verkeer” en een eerste rechter oordeelde dat het inderdaad duidelijk was dat “de fiets ter plaatse stond geparkeerd met het kennelijke doel om daarmee handelsreclame te maken”.

De handelaar in kwestie bleef echter niet bij de pakken zitten en ging in beroep.  Hij hield immers vol dat zijn fiets daar alleen stond om een klant in de buurt te bezoeken.

Het beroepsarrest spreekt de man vrij en levert ons daarbij volgende verduidelijking: “Bij het parkeren van de reclamefiets zal lang niet altijd op voorhand duidelijk zijn wanneer sprake is van een overtreding en wanneer niet.  Niet ieder parkeren van de reclamefiets op de openbare weg is immers verboden.  Of wordt gehandeld in strijd met de Apv (het politiereglement, nvdr) zal afhangen van de vraag of de fiets ter plekke wordt geparkeerd met het kennelijke doel om reclame te maken, hetgeen van geval tot geval een beoordeling van alle relevante omstandigheden vergt.

Met andere woorden, het gezond verstand heeft hier gelukkig gezegevierd.  Niet iedere fiets, bestelwagen, bedrijfswagen die –zelfs bij herhaling- langs de kant van de weg geparkeerd staat, is bedoeld om te fungeren als rijden reclamepaneel en enkel als het voertuig ergens geplaatst is met het duidelijke en enige doel om reclame te maken is er sprake van “reclame”, die eventueel in het politiereglement van een gemeente verboden kan zijn.

Om terug te komen op de aankomende Ronde van Vlaanderen: let even op de talloze vrachtwagens die geparkeerd staan langs het parcours en oordeel zelf of die daar staan om toevallig klanten in de buurt te bezoeken…

 

… that governments all over Europe have realised that there is (tax) money to be made with online gambling?

The latest country to adaopt tax mesure to increase the governement’s income from gambling operators is the UK, that will now require operators anywhere in the world to pay gambling duties on gross profits generated from customers based in the UK, even if the operator itself is not based in teh UK.  This principle of taxation on the “point of consumption” means operators will no longer benefit from moving their operations offshore to escape gambling taxation for online operators.

The move has been in discussion for almost a year, since the Department for Culture, Media and Sport (DCMS) announced it was launching a review of the existing gambling law.

In 2007, the then-Chancellor Gordon Brown set the tax rate for all UK-based gambling operators at 15%. This effectively forced many high street brands, including Ladbrokes, William Hill and Betfair, to move their operations offshore to a “white-list jurisdiction,” escaping the taxation and still benefiting from advantages that a white-listed operator enjoys.

The few operators that stayed in the UK—Bet365 and Coral being the notable two—find it hard to compete with offshore operations. The proposed changes aim to level the playing field whilst raising more from the levy.

If we compare the Uk initiative with the Belgian situation, we see that a similar proposal would have no effect. Belgian gambling law already requires that in order to require a license the servers of the operator have to be located in Belgium. The discussion whether or not a server can be a considered as a permanent establishment (P.E.) doesn’t have to be made because Belgian gambling law requires that in order to apply for and receive a Belgian online gambling license you already have to have a Belgian offline license, thus implementing that you already had to be one of the 9 licensed casinos or 180 gambling halls. These are always taxed in Belgium because they are by nature Belgian based.

All this does not mean that you cannot optimize your tax burden, it just takes a little bit more care and thought and the assistance of a good tax planner. Our tax team is happy to assist where needed!