Hof van Justitie verduidelijkt beschermingsvoorwaarden voor databanken

Posted on 08/03/2012 door

0


Het Hof van Justitie heeft op 1 maart 2012 een belangrijk arrest geveld met betrekking tot de voorwaarden waaraan een databank moet voldoen om door het auteursrecht beschermd te worden. Laat ons eerst even de regels inzake de bescherming van databanken opfrissen, alvorens het arrest zelf te bespreken.

De Richtlijn betreffende de rechtsbescherming van databanken (hierna ‘Databankenrichtlijn’ genoemd) poogde een antwoord te bieden op de grote bestaande verschillen in de EU inzake de toepassing van het auteursrecht op databanken. Tevens wilde deze richtlijn de databanken die niet aan de auteursrechtelijke beschermingsvoorwaarden beantwoorden, toch beschermen, dit door het creëren van een eigen, ‘sui generis’ recht.

De bescherming in de Databankenrichtlijn slaat dus enkel op databanken, en niet op de inhoud ervan. Die inhoud kan auteursrechtelijk beschermd zijn, maar dit wordt niet geregeld door de Databankenrichtlijn. Een voorbeeld hiervan is een telefoonboek: dit zal als databank eventueel auteursrechtelijk beschermd zijn, terwijl de inhoud van het telefoonboek dat waarschijnlijk niet zal zijn.

Zoals reeds aangehaald, is het beschermingssysteem van databanken tweevoudig:

  1. Databanken die door de keuze of de rangschikking van de stof een eigen intellectuele schepping van de maker vormen, worden door het auteursrecht beschermd.
  2. Databanken waarvan de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud in kwalitatief of kwantitatief opzicht getuigt van een substantiële investering, worden door het sui generis recht beschermd.

Wat was er nu aan de hand in de voorliggende zaak? De feiten betroffen het gebruik van wedstrijdkalenders van Engelse en Schotse voetbalkampioenschappen door onder andere Yahoo. Football Dataco en anderen stelden dat deze wedstrijdkalenders zowel door het auteursrecht als door het sui generis recht beschermd waren, en Yahoo hierop een inbreuk maakte.

Het opstellen van deze wedstrijdkalenders blijkt allesbehalve een eenvoudige klus te zijn. Bij het opstellen ervan moet immers rekening gehouden worden met ‘golden rules‘, zoals ‘geen ploeg speelt driemaal achtereen thuis of uit’ en ‘van vijf opeenvolgende wedstrijden speelt een club geen vier thuis- of vier uitwedstrijden’. Het opstellen van het systeem gebeurt in drie fasen, waarbij onder andere een computerprogramma een voorstel van wedstrijdkalender opmaakt, er overleg is met de voetbalclubs en de politie en er ook een handmatige controle plaatsvindt. Het moge duidelijk zijn dat  het opstellen van dergelijke wedstrijdkalenders aardig wat inspanningen vergt.

De rechter in eerste aanleg was van oordeel dat deze kalenders beschermd worden door het auteursrecht aangezien er aan de opstelling ervan een aanzienlijke hoeveelheid creatief werk te pas komt. Er kon evenwel geen sprake zijn van een bescherming via het sui generis recht: dit vereist immers een substantiële investering bij de verkrijging, de controle of de presentatie van de inhoud, terwijl de substantiële investering zich in dit geval situeert bij het ‘creëren’ van de inhoud. De appelrechter stelde evenwel twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.

Het Hof gaat vrij snel akkoord met het oordeel van de nationale rechters dat de wedstrijdkalenders niet beschermd kunnen worden via het sui generis recht, dit door te verwijzen naar zijn vroegere rechtspraak.

Tevens kan er hier volgens het Hof geen sprake zijn van een bescherming van de databank door het auteursrecht. De intellectuele middelen, die aangewend worden voor het samenstellen van de wedstrijdkalenders, kunnen geen aanleiding geven tot auteursrechtelijke bescherming. Dit omdat voor de Databankenrichtlijn enkel de ‘keuze’ en de ‘rangschikking’ en niet de inhoud relevant zijn. Ook  verwijst de vereiste van de ‘eigen intellectuele schepping van de maker’ naar het oorspronkelijkheidscriterium. Het feit dat de samenstelling van de databank ‘aanzienlijke inspanningen en deskundigheid van de maker vergt’ kan op zich geen grond opleveren voor de auteursrechtelijke bescherming, indien deze inspanningen en deskundigheid niet gepaard zijn gegaan ‘met originaliteit bij de keuze en de rangschikking van de gegevens’. De keuze of de rangschikking van de gegevens moet dus een oorspronkelijke uiting zijn van de creatieve vrijheid van de maker ervan.

Het Hof laat het aan de nationale rechter om te beslissen of in concreto aan deze voorwaarden voldaan is. Tevens bepaalt het Hof dat de Databankenrichtlijn zo uitgelegd moet worden dat zij geen bescherming mag bieden aan databanken onder andere voorwaarden dan bepaald in de Richtlijn. Dit arrest laat dus weinig ruimte aan de nationale rechter(s) en de lidstaten.

Dergelijke wedstrijdkalenders worden dus niet beschermd door de nationale wetgevingen die uitvoering geven aan de Databankenrichtlijn. Hiermee lijkt de discussie tussen ‘gebruikers’ en ‘fabrikanten’ van dergelijke wedstrijdkalenders beslecht in de Europese Unie: de ‘gebruikers’ dienen niet langer de toestemming te vragen aan de ‘fabrikanten’ voor het reproduceren of meedelen van deze wedstrijdkalenders.

Pieter Helewaut

getagged: , ,