Google Arts als voorbeeld van de koopmansgeest van Google (en van de juridische pit falls van die koopmansgeest)

Posted on 05/01/2012 door

0


Ik gaf onlangs een presentatie voor de Vlaamse Kunstcollectie (een samenwerkingsverband van het KMSK Antwerpen, het MSK Gent en het Groeningemuseum in Brugge) en enkel bevriende musea zoals Bozar en het SMAK over de rechten van musea op internet.

De aanwezige musea hadden specifiek gevraagd om het niet enkel te hebben over de uitbating van hun museumwebshops of de bescherming van hun merknaam, hun collecties en hun eigen auteursrechtelijk beschermde content op internet, maar om ook een deel van de presentatie te wijden aan een juridische analyse van het Google Arts project.

Google Arts is een op zich bijzonder lovenswaardig initiatief waarbij een aantal van de grootste musea ter wereld hun collectie online beschikbaar maken in samenwerking met Google. Het Tate Modern Art, het Moma, het Rijksmuseum, het Van Gogh museum, het Metropolitan, het paleis van Versailles en verscheidene andere wereldvermaarde musea hebben hun collectie gedigitaliseerd en deze digitaal beschikbaar gemaakt via de website www.googleartproject.com.

Hierbij is telkens een van hun meesterwerken op 7 miljard pixels gefotografeerd, met een scherpte en een detail die zelden eerder vertoond zijn, en is de rest van een collectie eveneens in zeer hoge kwaliteit, zij het minder indrukwekkend, gedigitaliseerd. Google zou Google niet zijn als het ook in dit project zijn Streetview technologie niet zou gerecupereerd hebben en dus kan de bezoeker van de musea in kwestie virtueel door de musea wandelen en doeken bekijken alsof hij werkelijk in het museum aanwezig is.

Na een eerste startfase met 17 deelnemende topmusea van over de ganse wereld, wil Google het project verder uitbreiden naar andere musea en verschillende onder hen werden reeds gecontracteerd.

In tegenstelling tot de eerste 17 musea, die wellicht met Google een samenwerking hebben kunnen onderhandelen, zullen de nieuw toe te treden musea moeten instappen op basis van een standaard contract dat Google online beschikbaar maakt en dat door de musea online ondertekend wordt middels het aanvinken van een aanvaardingsbox. Dit betekent dat de nieuw toe te treden musea geen onderhandelingsmarge hebben over de voorwaarden van hun toetreding en dat zij dus hun collectie ter beschikking moeten stellen van Google onder de voorwaarden die Google oplegt.

Tot mij niet zo erg grote verbazing moet ik vaststellen dat de overeenkomst die Google aan de geïnteresseerde musea wil opleggen inderdaad blijk geeft van de typische koopmansgeest van Google als onderneming.

Het marktmodel van Google lijkt erin te bestaan om informatie te verzamelen te verwerken en deze vervolgens gratis aan te bieden aan het publiek. Maar voor niets gaat natuurlijk de zon op, dat betekent dat Google ook ergens inkomsten vandaan moet halen en die inkomsten worden gehaald enerzijds uit advertenties, maar anderzijds ook uit de gigantische database met persoonsgegevens die zij opbouwen dankzij uw en mijn vrijgevigheid bij het delen van onze persoonsgegevens. Iedereen heeft immers een Gmail account en heel wat mensen gebruiken Chrome als browser of Android op hun smartphones, waarbij zij nog veel meer informatie delen met Google, informatie die Google dan weer zelf kan commercialiseren.

In realiteit blijkt echter dat Google zichzelf niet tevreden stelt met het feit dat het op basis van de informatie die het ter beschikking stelt van het publiek inkomsten kan genereren uit databaseverkopen en uit reclame, maar dat het daarnaast ook controle tracht te verwerven over de informatie die het gratis aanbiedt (in casu de gedigitaliseerde kunstcollecties).

Deze week nog ontstond een discussie tussen de Koninklijke bibliotheek in Nederland en Google omdat Google, die de boeken uit de collectie bibliotheek gedigitaliseerd heeft, niet wil dat de Koninklijke bibliotheek deze boeken ook laat verveelvoudigen door gebruikers, iets waarmee de Koninklijke bibliotheek waarschijnlijk nooit rekening gehouden heeft op het ogenblik dat ze in het project stapten.

Het Google Arts is een nieuw voorbeeld van hetzelfde principe: enerzijds legt Google alle kosten voor het creëren van de content bij de musea. De musea moet immers zelf instaan voor het digitaliseren van hun collectie en voor de zeer tijdrovende en technisch moeilijke hoge resolutie foto’s. De musea moeten vervolgens deze foto’s gratis ter beschikking stellen van Google op basis van een licentie in de overeenkomst, die bij onderzoek “eeuwigdurend, onherroepelijk, wereldwijd en gratis” blijkt te zijn.

Google krijgt bovendien het recht om alle werken van de musea naar eigen inzicht te kopiëren te distribueren te bewerken en er afgeleide werken van te creëren. Op deze manier garandeert Google voor zichzelf gratis de volledige controle over de gedigitaliseerde collectie van de musea in kwestie.

Google eigent zichzelf daarbovenop het recht toe om licenties toe te staan aan derden, iets wat wanneer men het samen leest met het recht om afgeleide werken te creëren sterk wijst in de richting van merchandisingovereenkomsten met derden partijen. Contractueel zal Google dus de mogelijkheid hebben om derden T-shirts, koffie tasten, mousepads enz te laten maken met afbeeldingen van werken die in de deelnemende musea hangen en zal daarmee ongetwijfeld rechtstreeks concurrentie kunnen voeren met de museumshops van de betreffende musea.

De licentie die Google zichzelf toekent is ook eeuwigdurend. Het contract voorziet wel een uitdrukkelijk ontbindend beding waarmee het contract kan beëindigd worden als een van de partijen zijn verbintenissen ernstig zou schenden, maar zelfs in dat geval is voorzien dat de licentie die gegeven is aan Google géén einde neemt op het moment dat het contract eindigt. Google behoudt dus tot het einde der tijden controle over de gedigitaliseerde collectie van de musea in kwestie.

En natuurlijk neemt Google bij dit alles geen enkel risico: de musea garanderen Google dat alle werken rechtenvrij zijn en vrijwaren Google tegen elke aanspraak van derden.  Omgekeerd neemt Google geen enkele aansprakelijkheid ten aanzien van de musea voor haar eigen eventuele fouten.

Wanneer men een en ander naast elkaar legt, kan men niet anders dan besluiten dat Google zich met dit project op handige wijze de volledige controle toe-eigent op de digitale versie van een groot deel van ons cultureel erfgoed en dat het in de mogelijkheid zal zijn om op basis van dit gratis bekomen culturele erfgoed inkomsten te verwerven, inkomsten uit merchandising, uit reclame en uit de verkoop van persoonsgegevens van bezoekers aan zijn websites.

De vraag voor vele musea zal zijn of zij vanuit hun filosofische of maatschappelijke missie wel kunnen deelnemen aan zo een project, maar daarover oordeelt vanzelfsprekend elk museum naar eigen inzicht. De vraag zal bijvoorbeeld wellicht anders liggen voor privé uitgebate musea dan voor overheidsinstellingen.

Een heel andere bedenking bij dit Google Arts project, is overigens de vaststelling dat bij een virtueel bezoek aan de musea in kwestie heel wat schilderijen onzichtbaar zijn gemaakt. Wanneer men bijvoorbeeld door het Moma wandelt ziet men dat in bepaalde zalen zo goed als geen enkel schilderij ook effectief kan bekeken worden.

De reden hiervoor is simpel natuurlijk: op alle werken waarvan de auteur nog geen 70 jaar is overleden geldt auteursrecht en deze werken kunnen dus slechts digitaal tentoongesteld worden (ze kunnen zelfs slechts gedigitaliseerd worden) mits de voorafgaande toestemming van de auteur in kwestie daarvoor bekomen werd en die laatste moet daarvoor natuurlijk betaald worden. Gegeven het feit dat Google geen enkele euro vergoeding betaalt aan de musea, zullen deze ook de auteurs niet kunnen betalen voor het verkrijgen van toestemming, wat voor gevolg heeft dat het ganse Google arts project eigenlijk de facto beperkt is tot het digitaliseren van oude kunst omdat Google niet actief investeert in het geheel.

Of hoe de koopmansgeest van Google zich toch nog voor een deeltje tegen het bedrijf keert…

-bovenstaande is vanzelfsprekend mijn persoonlijke visie en niet die van de VKC of de vernoemde musea-