Alweer een stapje gezet in de richting van het einde van de soldenwetgeving

Posted on 16/03/2011 door

0


 

Ik berichtte u al eerder over de kroniek van het aangekondigde einde van de sperperiode na de acties van kledingketen ZEB net voor de solden in januari.  Inmiddels is de volgende stap gezet in een niet te stoppen evolutie die zal leiden tot een versoepeling van de Wet Marktpraktijken die middenstandsorganisaties en vertegenwoordigers van de kleinhandel de voorbije jaren tegen wil en dank hebben willen tegenhouden.  Gisteren maakte de Europese Commissie immers een gemotiveerd verzoek -een dringende vraag zo u wil- over aan de Belgische overheid waarin zij erop aandringt dat de Belgische Wet Marktpraktijken snel zou worden aangepast.

U weet inmiddels uit mijn vorige posts dat België sinds nauwelijks een jaar een nieuwe consumentenwetgeving heeft, de Wet op de Marktpraktijken en de Consumentenbescherming (WMPC).  Die nieuwe wet is de omzetting in Belgisch recht van een Europese richtlijn 2005/29, die voor een eengemaakte consumentenbescherming in gans Europa moet zorgen.  Om dit te kunnen bereiken moesten de lidstaten hun nationale consumentenwetgeving opgeven en ze vervangen door het nieuwe eengemaakte Europese systeem.  Voor België betekende dit dat de al bij al goed functionerende, maar toch erg strenge Wet op de Handelspraktijken en de Consumentenbescherming (WHPC) uit 1992 vervangen moest worden, wat dus vorig jaar in april gebeurd is.

Het eerste heuglijke gevolg van de nieuwe wet was het definitief verdwijnen van het verbod op koppelverkopen (met uitzondering van financiële producten), maar  dit was eigenlijk vooral te danken aan twee arresten van het Europees Hof van Justitie (HvJ 23 april 2009, zaak C-261/07, VTB-VAB tegen Total Belgium en C- 299/07 Galatea BVBA tegen Sanoma Magazines Belgium NV) die oordeelden dat de Belgische Wet Handelspraktijken die koppelverkopen verbood, in strijd was met de Europese richtlijn (die toen nog omgezet moest worden in Belgisch recht).  Op dit vlak kon de Belgische wetgever dan ook niet anders dan de nieuwe wet, die toen volop in voorbereiding was, aanpassen en koppelverkopen toestaan.

Het was echter in 2009 al duidelijk dat de basisprincipes van de oude Wet Handelspraktijken niet (niet langer) verenigbaar waren met de nieuwe Europese richtlijn.  De Belgische wet was eigenlijk een allegaartje van specifieke en vaak in detail omschreven verkooptechnieken of reclametechnieken, die volgens de letter van de wet wel steeds bedoeld waren ter bescherming van de consument, maar die in werkelijkheid vaak andere, meer mercantiele belangen van de kleinhandel diende.  Dat was o.m. het geval voor het verbod op koppelverkoop (dat supermarkten en grote ketens zou bevoordelen), voor het verbod op verkoop met verlies (om dezelfde redenen) en de strenge soldenwetgeving met sperperiodes waarin geen kortingen toegestaan waren of zijn (die de concurrentie tussen kleinhandelaars zou moeten inperken).

De Europese richtlijn 2005/29 echter maakte tabula rasa met dit soort individueel geregelde en gereglementeerde case by case wetgeving om een veel eenvoudiger systeem in te voeren, dat bovendien enkel de belangen van de consument voor ogen houdt en er van uit gaat dat tussen handelaars de vrije concurrentie maximaal moet kunnen spelen, omdat dit op termijn de consument ten goede komt.

De Europese richtlijn bepaalt dat geen enkele “verkoop bevorderende techniek” in zijn geheel als principe mag verboden worden, maar dat steeds in elk individueel geval moet gekeken worden of een bepaalde actie 1/ op een zwarte lijst van verboden technieken staat die in de Richtlijn beperkend is opgesomd, 2/ mogelijk misleidend of agressief is ten aanzien van de consument of 3/ een oneerlijke handelspraktijk uitmaakt ten aanzien van consumenten of concurrenten.  Voor wat betreft de koppelverkoop werd geoordeeld dat het verbieden van de techniek in zijn geheel strijdig is met de richtlijn en dat in elk individueel geval moet gekeken worden of een koppelverkoop onder één van bovengenoemde categorieën valt.  Is dit niet zo, dan is de actie principieel toegelaten.

De nieuwe Belgische Wet Marktpraktijken echter, neemt bovenstaand objectief systeem niet volledig over en heeft, onder druk van middenstandsorganisaties, onder meer de oude soldenwetgeving, de regels met betrekking tot het aankondigen van prijsverminderingen en de regels met betrekking tot de verkoop met verlies tóch behouden.

Nochtans was het voor eenieder duidelijk dat dit op een gegeven ogenblik problemen zou opleveren met de Europese Richtlijn.  Het afficheren van kortingen of het verkopen met verlies is immers een “verkoop bevorderende techniek” en zulke technieken kunnen niet categoriek verboden worden, maar moeten individueel geval per geval beoordeeld kunnen worden.

Nog voor de wet tot stand kwam was het dan ook al duidelijk dat deze oude overlevende regels uit de WHPC op termijn niet houdbaar zouden zijn en bijvoorbeeld ikzelf wees hier al in september 2009 tijdens een presentatie voor de Unie van Belgische Adverteerders op.

Sindsdien is het eigenlijk wachten tot ofwel de Belgische overheid spontaan de Wet Marktpraktijken zal wijzigen, ofwel totdat zij daartoe gedwongen wordt door een individueel bedrijf, zoals kledingmerk ZEB via het Europees Hof van Justitie of door de Europese Unie zelf door middel van een inbreukprocedure tegen de Belgische staat.

De waarschuwing die de Europese Commissie nu overmaakte is de laatste stap voordat de Belgische staat effectief voor het Europees Hof gedagvaard zal worden om een veroordeling opgelegd te krijgen omwille van haar nalatigheid om het Europees recht correct om te zetten in nationaal recht.

Interessant is dat de Commissie duidelijk verwijst naar de soldenwetgeving, de verkopen met verlies en de aankondiging van prijsverminderingen.  Dit verstevigt zeer duidelijk de verdediging van alle bedrijven die, zoals ZEB al eerder deed, beslissen om de soldenwetgeving naast zich neer te leggen of om toch verkopen met verlies op bepaalde producten te organiseren.  Een nationale wet die in strijd is met een Europese richtlijn, mag immers niet langer toegepast worden…

In ieder geval is het vandaag duidelijk dat het verweer tegen een snelle wijziging van de Wet Marktpaktijken een achterhoedegevecht is en dat België er best aan zou doen om zich uiteindelijk toch nog, met een jaar vertraging, in regel te stellen met het Europees recht en de richtlijn correct om te zetten, wat meteen het einde zal betekenen van de soldenperiode met sperperiode zoals we die vandaag kennen…

Eens te meer: to be continued…