Thuiskopieheffing voor bedrijven in strijd met Europees recht

Posted on 24/10/2010 door

0


Wie weleens een lege CD, DVD, MP3 speler, USB stick of een ander blanco digitaal opslagmedium aankoopt heeft wellicht al wel gezien dat hij bij de aankoop een bijkomende “heffing” moet betalen ter vergoeding van het thuiskopierecht.

Het gaat eigenlijk om een forfaitaire vergoeding die je betaalt op elke lege digitale drager in ruil voor het recht om thuis, in de privé-kring van je woning, auteursrechtelijk beschermde muziekwerken of audiovisuele werken te kopiëren.  De auteurswet voorziet immers dat je van elk legaal aangekocht werk (CD, DVD, MP3) één kopie mag maken voor privégebruik en aangezien je bij zo’n eigengemaakte kopie geen auteursrecht betaalt, zoals je wel doet bij de aankoop van een CD in een muziekwinkel of van een MP3 op iTunes, is er een vervangende billijke compensatie nodig voor de auteur.

Die billijke compensatie is een forfaitair, vast bedrag dat aangerekend wordt bij de aankoop van blanco dragers.  Het wordt geïnd door een collectieve beheersvennootschap die de naam Auvibel draagt en de inkomsten van de heffing worden verdeeld onder de auteurs, de uitvoerende kunstenaars (i.e. muzikanten, acteurs, e.d.) en de producenten.

Op zich is de vergoeding voor thuiskopie een goede regeling.  Ze verzekert enerzijds aan de auteurs een eerlijke en redelijke vergoeding voor het gebruik van hun werk en anderzijds zijn de tarieven voor  de forfaitaire vergoeding bewust laag gehouden, zodat de consument niet benadeeld wordt door de bijkomende heffing.

Het systeem werkt al enkele jaren naar behoren, maar één vraag steekt geregeld opnieuw de kop op: is het wel correct om iedereen die een blanco drager koopt sowieso te laten betalen voor de kopie die hij daarop zou kunnen maken, zelfs als in werkelijk helemaal geen beschermde werken gekopieerd zullen worden.  De vraag speelt vooral in het bedrijfsleven, waar digitale dragers in beginsel gebruikt worden om presentaties, databases, tekstbestanden, spreadsheets en andere  bedrijfsgegevens te kopiëren en niet in de eerste plaats om beschermde muziekwerken te kopiëren.

Het Belgisch Grondwettelijk Hof had al eens eerder de gelegenheid om de vraag te onderzoeken en besloot op 8 november 2008 dat een forfaitaire heffing op alle dragers, ongeacht het gebruik dat ervan gemaakt werd niet in is met de Grondwet omdat het het “meest redelijke” systeem is, waarbij de privacy van de consument niet geschonden wordt (er moet niet gecontroleerd worden wie welke werken kopieert) en de tarieven bewust laag gehouden zijn.

Eind vorige week echter kreeg ook het Europees Hof van Justitie de gelegenheid om zich over het probleem te buigen in het kader van een prejudiciële vraag die gesteld werd door een  Spaanse rechtbank (de Audiencia Provincial de Barcelona).  De Spaanse rechtbank was geconfronteerd met een geschil tussen SGAE, een Spaanse collectieve beheersvennootschap vergelijkbaar met Auvibel, en een verkoper van CD-R’s, CD-RW’s, DVD-R’s en MP3-apparaten met de naam Padawan.  Padawan weigerde de wettelijk voorziene vergoedingen voor thuiskopie te betalen omdat het van oordeel was dat het opleggen van een forfaitaire vergoeding voor alle verkochte dragers zonder rekening te houden met de reden van aankoop van zo’n dragers en meer bepaald door geen onderscheid te maken tussen dragers die aangekocht zijn door privépersonen of door bedrijven, in gaat tegen de Europese Richtlijn 2001/29, die de basis vormt voor de thuiskopieregeling in de lidstaten van de Europese Unie.

Het Europese Hof onderzocht de vragen die de Spaanse rechtbank haar stelde en kwam afgelopen donderdag tot het besluit dat een thuiskopieregeling inderdaad in strijd is met artikel 5 van de Europese Richtlijn 2001/29 als ze  een heffing oplegt aan iedereen die blanco dragers koopt, ongeacht het feit dat “andere dan natuurlijke personen” (lees: bedrijven) die dragers kopen “duidelijk voor andere doelen dan het kopiëren voor privégebruik“.  Het Hof oordeelt met andere woorden dat het onbillijk is om bedrijven te doen betalen voor “thuiskopie” vergoedingen als manifest vaststaat dat die bedrijven zelden of nooit auteursrechtelijk beschermde werken zullen kopiëren op de dragers in kwestie.  Voor privépersonen daarentegen kan er volgens het Hof terecht van uit gegaan worden dat zij zulke dragers effectief zullen gebruiken voor het kopiëren van auteursrechtelijk beschermde werken.

Een en ander betekent niet enkel dat de Spaanse wetgeving in strijd wordt verklaard met het Europees recht, maar dat dit ook het geval zal zijn voor talloze gelijkaardige nationale wetgevingen, waaronder de Nederlandse en ook de Belgische, waarin immers op dezelfde wijze als in Spanje een forfaitaire vergoeding is vastgelegd voor de aankoop van alle blanco dragers, ongeacht wie ze aankoopt en wat hij daarmee van plan is.  Het verplichten aan bedrijven om thuiskopieheffingen te betalen op lege CD’s, DVD’s, USB-sticks en andere dragers blijkt in strijd te zijn met het Europees recht.

Het gevolg van dit alles is dat de huidige Belgische wetgeving onhoudbaar wordt.  Een nationale wet die in strijd is met een Europese Richtlijn kan immers geen toepassing vinden en wanneer een geschil aan de nationale rechtbank wordt voorgelegd, mag deze de nationale wetgeving niet langer toepassen.

Het ziet er dan ook naar uit dat de Belgische wetgever binnenkort aan de slag mag om een nieuwe regeling uit te werken, waarin wel rekening wordt gehouden met het feit dat bepaalde gebruikers dragers kopen met duidelijk andere bedoelingen dan het kopiëren van muziek of films.  Een mogelijkheid zou kunnen zijn om bepaalde categorieën van bedrijven of professionele kopers vrij te stellen van de heffing of deze recupereerbaar te maken indien is aangetoond dat geen auteursrechtelijk beschermde werken worden gekopieerd.

Tot dan is het afwachten tot de eerste rechtzaken opgestart worden door bedrijven die menen dat zijn niet langer gehouden zijn om de Auvibel bijdragen te betalen of door Auvibel wanneer zij met zulke bedrijven geconfronteerd wordt.

Het volledige arrest kan u hier lezen.